Het is april, we zitten midden in de lockdown. Buiten bij de ingang van het verpleeghuis kom ik twee kinderen van een bewoner tegen. Hun ouders woonden hier samen. Hun vader is een paar maanden geleden overleden en hun moeder woont er nog. Ik vraag hoe het is. ‘Nou niet zo best. Ons moeder ligt op sterven’. Ik schrik. Vorige week was er nog niets met haar aan de hand, maar het blijkt dat ze afgelopen weekend een hersenbloeding heeft gehad. Ze had veel pijn en is twee dagen later in slaap gebracht. De kinderen hebben haar al 6 weken niet gezien. Nu ze bij haar mogen, slaapt ze voortdurend.

‘Hoe gaat het nu?’, vraag ik. ‘Nou heel slecht, wij zijn er net twee uur geweest en nu hebben onze broer en zus ons afgewisseld. Die zijn nu bij moeder.’ Gelukkig dat er in de terminale fase twee familieleden bij de bewoner mogen komen. Tegelijk blijkt hoe schrijnend het kan zijn, want dit is een groot gezin.

Ik weet dat hun vader op zijn sterfbed nog bediend is en vraag of ze dat nu ook voor hun moeder hebben geregeld. Dat blijkt niet zo te zijn. ‘Wil jij het doen?’ vragen ze mij. Ik geef aan dat ik dit zeker kan doen, maar dat ik eerst naar binnen ga om polshoogte te nemen en de zorg te spreken. De kinderen zelf geven aan dat ze denken dat het niet lang meer duurt. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Ik besluit na overleg om niet lang meer te wachten, maar deze middag hun moeder meteen nog de ziekenzegen mee te geven. Weer twee andere kinderen zijn hierbij aanwezig. Met een telefoon filmen we het gebeuren, zodat de anderen het later terug kunnen kijken. Het is een intiem moment, waarbij we de tijd nemen om echt afscheid te nemen van moeder. Later krijg ik bericht dat ze diezelfde avond is overleden.

Afscheid nemen in coronatijd is moeilijk en doet pijn. Omdat je het graag anders had gezien. En toch, het is mooi om juist op dat moment er voor de familie te zijn om het afscheid persoonlijk, waardevol en warm te laten zijn.

Deel deze pagina: Linkedin E-mail